Op donderdag 21 maart werd ik gebeld door Peter Groenendijk, journalist van het AD. Of ik een reactie kon geven op de overwinningsspeech van Thierry Baudet? Uiteraard! Alleen: ik had de speech nog niet eens gezien en ik had slechts 25 minuten de tijd…

Professionele beoordeling

In het telefonisch interview kwamen we snel tot de kern waarna ik door kon met mijn volgende afspraak. Wat voor mij centraal stond, was dat ik de speech als professional beoordeelde. Ik zou me niet over de inhoud uitlaten. Later die middag kon ik de tekst per mail accorderen en de volgende dag stond het stuk niet alleen in het AD, maar óók in de Stentor, de Tubantia, de Gelderlander en wellicht in nog een paar kranten meer.

Mijn bericht erover op LinkedIn kreeg meer dan 12.000 weergaven en 135 duimpjes. Gelukkig bleven al te felle reacties uit, zelfs op Twitter viel het mee. Hieronder de integrale tekst van het stuk.

(En mocht je nu denken: “ik wil ook zo lekker spreken”; ik deel mijn kennis óók tijdens onze presentatietraining).

De overwinningstoespraak van Baudet? Absoluut vakwerk, zegt Otto Wijnen, oprichter van het Nederlands Presentatie Instituut. 

Dit, zegt Wijnen, is het meest wonderlijke stukje. Hij spoelt naar de achtste minuut. ‘Wij moeten boeten, zo papegaaien de machtszoekende bestuurders van dit land de ecologische hogepriesters na’, zegt Thierry Baudet. En dan, luider: ‘Het is pure oikofobie, pure zelfhaat.’

,,En moet je nou ’s horen’’, zegt Wijnen. ,,De mensen beginnen te klappen, te juichen. Bij het woord oikofobie. Een woord dat niemand kent! Niet te geloven. De hele opbouw van die twee minuten daarvoor is zó goed, dat het laatste woord niet eens meer uitmaakt.’’

Hoe die opbouw werkt? Volledig volgens de regels van de retorica, analyseert Wijnen. ,,Eerst, al vroeg in de toespraak, benadrukt hij de grootsheid van onze geschiedenis. Baudet schildert een heel romantisch beeld van ons verleden, om daarna over te schakelen naar het nu: de puinhopen die nog van die schoonheid over zijn. De elite die daar verantwoordelijk voor is. Hier…’’

Baudet: ‘En deze duurzaamheidsafgoderij stort niet alleen onze economie in de totale ondergang…’ Wijnen: ,,Kijk, nu komt het hoogtepunt. Een hele reeks negatieve termen achter elkaar. Masochistische ketterij, zondvloedgeloof, manie, doodscultus… Krenken, schuldgevoel, boeten… Je voelt het geluid in de zaal al opborrelen. En als hij dan zijn stem verheft, en bij het klapstuk van dit deel komt… Dan maakt het niet meer uit dat hij afsluit met ‘oikofobie’. De mensen móeten hun enthousiasme kwijt. Daarom klappen ze. Heel bijzonder.’’

Qua vorm en presentatie, zegt de speechtrainer, klopt eigenlijk alles aan deze rede. ,,Moet je kijken wat voor rust hij uitstraalt, hoe kalm hij spreekt, terwijl deze man toch net een enórme boost moet hebben gehad. Zijn handgebaren zijn goed, hij kijkt goed de zaal in. Iemand als Klaver is ook heel erg met zijn presentatie bezig, maar dat komt toch wat ingestudeerd over. Bij Baudet oogt het zo natuurlijk.’’

Baudet gebruikt klassieke trucs, zegt Wijnen. Zoals de drieslag, een figuur die de oude Grieken al gebruikten, en veel recenter Barack Obama. Hij spoelt naar 9:20. ,,Kijk, hier: nu we in déze crisis verkeren, déze schemer, déze zonsondergang…. Dit doet hij voortdurend. Bam, bam, bam. Dat houdt de luisteraar bij de les. Vakwerk.’’

Hij schakelt naar zijn favoriete stukje van de speech, het ‘lukt je nooit’-fragment. ,,Hij zegt: Toen wij begonnen, zei iedereen: lukt je nooit. Dat herhaalt hij een paar keer. Lukt je nooit, lukt je nooit. Kijk, hier gaat het publiek al mee: ‘lukt je nooit.’ Dan vertelt hij dat ze het tóch hebben geflikt. En dan die afsluiter…’’

Baudet: ‘En vandaag is dus het moment om een boodschap te sturen aan Mark Rutte en de gevestigde machten. Forum voor Democratie nog langer negeren: dat… lukt… je…’ Het publiek schreeuwt: ‘NOOIT!!!’ Lang applaus volgt. Het zoveelste.

Met de inhoud heeft Wijnen niets. Op Baudet zou hij nooit stemmen. ,,Hij creëert een vijandbeeld dat ik niet herken, en zijn oplossingen zijn niet de mijne. Maar als spreker is hij ij-zer-sterk. In Nederland haalde alleen Fortuyn dit niveau.’’

(Link naar het genoemde LinkedIn bericht)