De basis van de door ons aangeboden krantenkopmethode is het communicatiestijlen-model. Op verzoek hier een uitleg.

Uiten of inhouden, ruimte geven of nemen?

Als je een verdeling maakt op basis van de eigenschappen uiten versus inhouden en ruimte geven versus ruimte nemen, ontstaan er vier archetypen.
Inline afbeelding 1
  • Het motto van een promotor (expressief persoon) is ‘een dag niet gelachen is een dag niet geleefd!’ of ‘het maakt niet uit wat er gebeurt, als er maar wat gebeurt!’
  • Het motto van een controller (directief persoon) is ‘tijd is geld’, ‘niet lullen maar poetsen’ of ‘gevoelens zijn voor thuis’.
  • Het motto van een supporter (coöperatief persoon) is ‘ik bied graag een luisterend oor’ of ‘samen kunnen we meer voor elkaar betekenen’.
  • Iemand met een analyser (beschouwende stijl) laat ruimte aan de ander en is ingehouden in het uiten van zijn beleving en gevoelens. Het motto van een beschouwer is ‘je kunt het niet vaak genoeg controleren’ of ‘kwaliteit moet zorgvuldig bewaakt worden’.

Welke stijl heb jij?

Welke stijlen hebben jouw directe collega’s en leidinggevenden?
Met welke stijl heb jij het meeste moeite om samen te werken?
Waar komt dat door?
Hoe kan je de samenwerking met hen verbeteren?

INTRO

In de krantenkopmethode wordt rekening gehouden met de eigenschappen van elk van de stijlen. Zo hebben de controller en promotor bijvoorbeeld minder geduld dan de analyser en supporter. Een fijne werkwijze is het anagram INTRO.
  • Interest
  • Need
  • Time
  • Respons
  • Objective
Door de openen met een prikkelende titel heb je ieders aandacht en schep je een kader. De interesse is gewekt. Dan geef je – in willekeurige volgorde – aan wat de noodzaak is van het verhaal wat je verteld. Waarom moet het nu vertelt worden? Waarom aan hen? Waarom door jou? De T van Time doelt op de dienstmededelingen: hoe lang spreek je? Is er een break? Moet er iemand eerder weg? Hiermee laat je de controllers en analysers zien dat je het proces goed bewaakt. Door aan te geven hoe ze kunnen reageren voorkom je dat mensen met vragen alleen maar bezig zijn met wanneer ze die vraag nu eindelijk kunnen stellen. Als je thuis bent in je verhaal en het niet erg vindt om onderbroken te worden laat je ze hun vraag meteen stellen. Wil je jouw verhaal eerst af maken, laat dan weten dat ze aan het eind hun vragen stellen. De O van objective geeft aan wat ze uiteindelijk aan jouw verhaal hebben. Wat gebeurt er als ze gaan doen of laten wat jij zegt? Wat hebben ze er aan? (What’s In It For Me?).
Na de INTRO ga je de diepte in. Soms is hierbij storytelling een mooi instrument. Daar doe je de promoter een groot plezier mee. Door veel interactie met de zaal te hebben houd je de supporter te vriend. Voor je afsluit geef je alle praktische details, alle feiten. Daarmee is de analyser tevreden gesteld. Je sluit af door aan te geven wat ze nú kunnen of wellicht zelfs móeten doen met jouw informatie.